Eerste NAPV-monitor: vrijwillige aanpak schiet opnieuw tekort
10 juli 2026
De voedingsindustrie slaat alarm over de komst van de suikertaks en waarschuwt dat hun producten in prijs zullen stijgen. Maar deze discussie leidt af van waar het écht om gaat: de gezondheid van kinderen. Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken om toe te werken naar de ‘gezondste generatie ooit’. Die koers is noodzakelijk. Want onze voedselomgeving maakt het kinderen onnodig moeilijk om gezond op te groeien. Overal liggen verleidingen op de loer: goedkoop, zichtbaar en onweerstaanbaar.
Om die ambitie te bereiken, werkt het kabinet aan een samenhangend pakket van maatregelen: minder kindermarketing, gezondere supermarkten en betaalbaarder gezond eten en drinken. De suikertaks is daarin een bewezen effectieve stap, die de suikerconsumptie verlaagt.
En dat is hard nodig: in veel eten en drinken — zelfs in kinderproducten — zit te veel suiker.
Inmiddels heeft de helft van de volwassenen en één op de acht kinderen overgewicht.
De ongezonde voedselomgeving speelt daarin een grote rol: alleen al in de supermarkt is bijna 80 procent van het aanbod ongezond door te veel suiker, zout en/of ongezonde vetten.
Is de suikertaks de heilige graal? Nee. Het is wel een belangrijke ommekeer. Nu wordt de verantwoordelijkheid voor wat we in ons boodschappenmandje stoppen bij het individu neergelegd, terwijl fabrikanten ongestoord winst blijven maken. De suikertaks corrigeert dat en zorgt dat het aanbod weer beter aansluit bij wat goed is voor de volksgezondheid.
Waar komt de weerstand van de voedingsindustrie vandaan? Geen verrassing: hun kompas staat op winst, ook als dat ten koste gaat van de gezondheid van kinderen. Ongezond voedsel levert meer winst op en bovendien is de concurrentie stevig. Daardoor komt niemand vrijwillig in beweging — wie dat wel doet, loopt risico marktaandeel te verliezen. En zo zit het systeem gevangen in zijn eigen web.
Hier ligt een belangrijke rol voor de overheid, die de taak heeft om onze kinderen te beschermen. Door duidelijke spelregels op te stellen, ontstaat een gelijk speelveld voor alle fabrikanten. Met de suikertaks zegt de overheid: winst gaat niet boven gezondheid.
De suikertaks is niet gericht op de hele winkelwagen, maar op producten met veel suikers, zoals koek, zoete zuivel en sauzen. Het werkt via een stevige prikkel voor fabrikanten: hoe meer suiker een product bevat, hoe hoger de heffing (‘suikerboete’) die fabrikanten moeten betalen. Ze kunnen die heffing verlagen door suiker te verminderen. Doen ze dat niet, dan worden suikerrijke producten relatief duurder. Zo stimuleert het zowel gezondere producten in de schappen als het makkelijker maken van gezondere keuzes.
En laten we niet vergeten: ook nu betalen we met z’n allen de kosten van te veel suiker — alleen niet bij de kassa. Suiker is goedkoop en levert winst op, maar te veel suiker kan leiden tot overgewicht – met grote maatschappelijke kosten, meer ziekte, zorgkosten en uitval op het werk tot gevolg. De suikertaks maakt die zichtbaar in de prijs op het schap. De opbrengsten van de suikertaks kunnen worden ingezet om gezond voedsel goedkoper te maken. Zo worden fabrikanten medeverantwoordelijk gehouden voor de schade die hun producten veroorzaken én ontstaat er dubbele winst: minder suikerconsumptie en meer kansen voor kinderen om gezond op te groeien.
De politiek is nu aan zet: houd koers en pak door met een brede suikertaks. Want als we willen dat kinderen gezond opgroeien, moeten we de spelregels veranderen.
Niet morgen, maar vandaag.
Dit opiniestuk is op zaterdag 20 juni 2026 verschenen in het AD in print en online.